+31 (0) 6 50284215 a.zijlstra95@chello.nl

(april 2017)
In de Orthodoxe kerken van het Oosten is het Paasfeest het christelijke feest bij uitstek, belangrijker dan het Kerstfeest. Het gaat voor de Russische orthodoxie met Pasen primair om de overwinning van het Licht op de macht van de duisternis; van het Leven op de dood. Vandaar ook dat in alle orthodoxe kerkgebouwen een afbeelding te vinden is van Christus Pantocrator ofwel van Christus als heerser over de kosmos. Soms hoog in de koepel, soms boven de iconostase, de wand met iconen van Bijbelheiligen en lokale heiligen, bedoeld als vensters op de hemelse heerlijkheid.
Voor zover dat mogelijk is, denk ik dat van alle stromingen in het wereldwijde Christendom de Russische orthodoxie het bijbels opstandingsgeloof het diepst gepeild heeft. Het accent valt minder dan in het Westen op de verzoening van menselijke schuld, alswel op de werkelijkheid omspannende (kosmische)betekenis van Christus’ opstanding.
Ik maakte het Paasfeest twee maal mee in St. Petersburg en ging beide keren in de Paasnacht naar de Kazan Kathedraal in het hartje van de stad: een kerk tussen 1801 en 1811 gebouwd naar het model van de Sint Pieter in Rome, de belangrijkste Orthodoxe kerk van de stad. Toen ik er najaar 1993 voor het eerst kwam, werd juist het kruis weer op de koepel geplaatst. Binnen was er de bizarre gelijktijdigheid van het museum voor de geschiedenis van het atheïsme (de bestemming van het gebouw tijdens de Sovjetperiode) en een geïmproviseerde iconenwand alwaar de Orthodoxe liturgie weer gehouden werd.
De liturgie van de Paasnacht maakt een diepe en onvergetelijke indruk. De prachtige, bijkans hemels-zuivere wisselzang tussen koor en priesters, de verstilde iconen en het serene kaarslicht, de gezongen lezingen van de Schrift, gebeden en het Credo van Nicea-Constantinopel, de wierook, de ongepolijste, door het leven getekende stemmen van het kerkvolk: alle zintuigen worden aangesproken waardoor ik me eens te meer realiseerde dat Pasen gaat over de lichamelijke opstanding van Christus. En dan telkens als een refrein: ‘Christus is waarlijk opgestaan; ja, Christus is waarlijk opgestaan’. Eerst door de metropoliet – de hoogste geestelijke van de stad – en dan door een meer dan tweeduizendkoppige menigte telkenmale beaamd. Er zijn door de nacht heen op gezette tijden processies rond de kathedraal waarbij Paasiconen en kostbare Evangelieboeken worden rondgedragen onder voortdurend gezang van de priesters.
Precies om middernacht beginnen alle kerkklokken in de stad te luiden, ten teken dat de Paasnacht is begonnen. Zelfs in een miljoenenstad als St. Petersburg overstemmen al die kerkklokken dan voor even het drukke verkeer en het uitgaansleven. De Paasliturgie gaat tot diep in de nacht door en is op het Petersburgse tv-kanaal live te volgen. Het is me beide malen niet gelukt het einde van de dienst te halen, vermoeid van het langdurige staan en alle overweldigende indrukken.
Ik was er trouwens met een groep studenten en een bevriende hoogleraar uit Nijmegen. Een van de studenten – overtuigd humanist met wie ik tijdens ons project met Russische studenten over godsdienstvrijheid in Europa al vriendschappelijk de degens had gekruist – vertelde me zeer onder indruk te zijn van de liturgie die overigens in het oud-Kerkslavisch wordt gehouden, nauwelijks direct toegankelijk voor de gelovigen. Hij voegde er snel aan toe dat het maar goed was dat zijn ouders in de Achterhoek hem daar in de Kathedraal niet zagen. Ik denk dat zijn horizon met vooroordelen over de Kerk die nacht werd doorbroken. Ik voelde mezelf intussen opgenomen en meegenomen in een meer dan duizendjarige liturgie, teruggaand op de nog oudere Byzantijnse liturgie, waar nooit iets substantieels aan veranderd is.
En waarvan in de Paasnacht tot me doordrong dat je hier het dichtst komt bij het levensgeheim van al die baboesjka’s (omaatjes), dissidenten en priesters dat hen kracht gaf om te volharden tijdens zeventig jaar geloofsvervolging. Je kunt natuurlijk cynisch reageren op de huidige Russische overheid die goede sier maakt met de Orthodoxe kerk – haar vertegenwoordigers staan vooraan tijdens de Paasnacht – en haar geregeld voor politieke karretjes spant. Feit is dat de afgelopen 25 jaar vele kerken zijn herbouwd op kosten van de overheid en dat daarmee ook een grote ereschuld t.o.v. de Kerk wordt ingelost. Dat laatste is in het zogenaamd liberale Westen nagenoeg vergeten.
Op Paaszondag ging ik met mijn agnostische (niet-gelovige) en hooggeleerde vriend naar het oude, 8e eeuwse vestingstadje Staraya Ladoga, 125 km oostwaarts van St. Petersburg gelegen aan de Volkhov rivier en ooit hoofdstad van het Kievse Rusland. Aldaar bezochten we verschillende oude kerken en enkele kloosters. Waar we ook kwamen, het refrein van de Paasnacht bleef als begroeting van volslagen onbekenden met ons meegaan: ‘Christus is waarlijk opgestaan, ja Christus is waarlijk opgestaan.’
’s Avonds op de harde houten banken van de voorstadstrein (elektritsjka) terug naar Piter zat ik te mijmeren, terwijl het late zonlicht me door de berken heen bescheen als een knipoog van God, met het opstandingsrefrein nasuizend in mijn oren. Over mijn favoriete schrijver Dostojewski, over zijn grafmonument in St. Petersburg met daarin gebeiteld het motto van zijn grootse en grootste roman ‘De gebroeders Karamazov’; over die onsterfelijke tekst van Jezus uit het Johannesevangelie: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft brengt zij veel vrucht voort’ (Joh. 12:24). Misschien is Dostojewski’s getormenteerde ziel het Geheim van Pasen literair wel dichter genaderd dan enig theoloog of filosoof voor of na hem. Worstelend met de hartverscheurende vraag van het kwaad en de Boze schreef hij ooit: ‘Mijn Hosanna is door de grote vuurproef van de twijfel heengegaan.’[1] De Orthodoxe Paasliturgie is een liturgie die opkomt uit de diepte, vooral de diepte van het doorleefde lijden, ja van het graf zelve.[2] Daarom is het Hosanna van de overwinning ook zo (kosmisch) allesomvattend.

Arthur Zijlstra


[1] Geciteerd bij de Russisch-orthodox geworden filosoof van Joodse komaf Simon L. Frank, Licht  in der Finsternis. Versuch einer christlichen Ethik und Sozialphilosophie, Münich, 2008 (oorspr. 1949), 299, cf. 85. Frank (1877-1950) geldt als de belangrijkste Russische religieus-filosoof van de 20e eeuw. Een groter verschil met de oppervlakkigheid van het ‘happy-clappy’ Christendom en haar muzikale pulp (praisemuziek) is nauwelijks denkbaar.

[2] Nogmaals Dostojewski: ‘Maar de voornaamste christelijke leerschool die het [Russische volk] heeft doorlopen is het eeuwenlange, niet aflatende en eindeloze lijden dat het zijn hele geschiedenis lang heeft moeten dulden toen het door allen verlaten, door allen vertrapt, aan alles en allen onderhorig, alleen bleef met Christus de Trooster, die het toen ook voor altijd in zijn ziel heeft opgenomen en Die daarvoor zijn ziel van de vertwijfeling redde!’ (Dagboek van een schrijver, Amsterdam: Van Oorschot, 2001, 599, cf. 51, 54; dl. 10 Verzamelde Werken).